Zoals alle levende organismen zijn ook schelpdieren vatbaar voor ziekten als gevolg van infecties met bacteriën, virussen of parasieten. Bij de meeste diersoorten zijn er vaak aanwijsbare kenmerken (symptomen) die aangeven in welke richting de ziekteverwekker gezocht moet worden. Helaas is dit voor ziekteverwekkers van schelpdieren niet het geval. Een eerste aanwijzing dat er ziekteproblemen in een populatie van schelpdieren spelen is een verhoogde sterfte in het bestand. Dit is echter geen specifiek kenmerk, ook milieufactoren als zuurstofloosheid, lage saliniteit kunnen sterfte veroorzaken zonder betrokkenheid van een ziekteverwekker. Gezien het gebrek aan uiterlijke kenmerken voor de ziekten is identificatie van de ziekteverwekker dan ook een taak voor gespecialiseerde laboratoria.
Door de extensieve manier van schelpdierkweek te midden van de wilde populatie is bestrijding van ziekten vaak niet mogelijk. De nadruk ligt dan ook op preventie van ziekten en management om de impact van de ziekten te minimaliseren.
Hieronder zijn enkele van de voor Nederland belangrijkste ziekten en plagen voor schelpdieren beschreven. Deze ziekten zijn een probleem voor de schelpdieren, géén van deze ziekten vormen een probleem voor de mens bij de (rauwe) consumptie van schelpdieren.
Bonamia ostreae is een ééncellige parasiet met als gastheer de platte oester. De Japanse oester kan niet door B. ostreae geïnfecteerd worden. De geschiedenis van deze parasiet laat zien dat verplaatsingen van levende oesters tussen verschillende gebieden desastreuze gevolgen kan hebben. Waarschijnlijk is de parasiet met transporten van levende oesters vanuit Californië overgebracht naar Frankrijk en vanuit daar heeft de parasiet zich via oestertransporten verspreid naar de belangrijkste oesterkweekgebieden in Europa. In Nederland zijn in 1980 de oesterpercelen in de Oosterschelde getroffen door de parasiet en in 1988 ook die in het Grevelingenmeer. Na deze uitbraken is getracht om de oesterparasiet weer kwijt te raken. Oesterpercelen werden geruimd en na braakligging ingezaaid met Bonamia-vrije oesters. Helaas is daarna de aanwezigheid van de parasiet weer vastgesteld en is B. ostreae nu inheems in de Zeeuwse wateren. B. ostreae staat op de lijst van aangifteplichtige ziekten voor de EU (2006/88/EC).
De parasiet Marteilia refringens heeft in de eerste plaats de platte oesters als gastheer. Echter ook de mossel kan geïnfecteerd worden met deze parasiet maar lijkt minder gevoelig voor de ziekte. De parasiet wordt gevonden aan de Atlantische kust in Frankrijk, Spanje en Portugal en ook in de landen rond de Adriatische zee. In Nederland is in 1974 een partij oesters uit Frankrijk geïmporteerd waarin M. refringens aanwezig was. Deze partij is geruimd en sinds 1978 is M. refringens niet meer waargenomen in de Zeeuwse wateren. Het ontbreken van de juiste tussengastheer (een kreeftachtige) kan er toe hebben bijgedragen dat M. refringens zich niet heeft gevestigd in de Zeeuwse wateren. Ook M. refringens staat op de lijst van aangifteplichtige ziekten voor de EU (2006/88/EC).
Zomersterfte van oesters: In het voorjaar en de zomer wordt er in oesterbestanden nog al eens een verhoogde sterfte waargenomen. Langdurig hoge watertemperatuur, algenbloei, lage zuurstofconcentraties en lozingen van afvalwater zijn allemaal factoren die in combinatie potentieel sterfte kunnen veroorzaken. Daarnaast kunnen een aantal bacterie soorten betrokken zijn bij deze sterfte, zoals Vibrio splendidus of Nocardia crassostreae. Het is vaak moeilijk aan te tonen dat deze ziekteverwekkers de primaire oorzaak van de sterfte zijn. Over het algemeen zijn het opportunisten: bij een gezonde situatie veroorzaken ze weinig problemen, maar als de conditie van de schelpdieren terugloopt kunnen ze ziekte en sterfte veroorzaken.
Trematoden (platwormen) bij kokkels en mosselen. Hoewel bij kokkels grote aantallen individuen geïnfecteerd kunnen zijn met trematoden, is het effect op de totale populatie hiervan gering. Trematoden hebben een complexe levenscyclus waar meerdere gastheren (schelpdieren, vissen, vogels) bij betrokken zijn. Eén van de effecten van een trematode infectie is dat de kokkel zich minder diep ingraaft waardoor ze eerder prooi zijn voor vogels: de volgende gastheer.
De kleine kreeftachtige Mytilicola sp. (rode worm ziekte) komt voor in de darmen van mosselen en andere schelpdieren. Over het algemeen gedraagt deze darmparasiet zich als een onschadelijke kostganger maar in mosselbestanden die zwaar geïnfecteerd zijn kan de conditie van de mosselen sterk teruglopen. In de jaren vijftig zijn enkele ernstige sterftes op mosselpercelen toegeschreven aan Mytilicola sp. Tegenwoordig veroorzaakt Mytilicola sp. ondanks frequent voorkomen in de mosselpopulatie geen grote problemen meer.
In de schelp van oesters kunnen de schimmel Ostracoblabe sp. (schelpziekte) en de schelpborende borstelworm Polydora sp. (schelpworm) worden aangetroffen. In de meeste gevallen vormen deze voor de schelpdieren zelf geen directe bedreiging, maar ze kunnen de marktwaarde van de schelpdieren aantasten.
Een overzicht van ziekten in de schelpdierteelt
|
|
Naam |
Wetenschappelijke naam |
Soort |
Vissoort |
|
Vibriosis infecties (juveniele zomersterfte) |
Diverse Vibrio spp |
Bacterieel |
Oesters |
|
Rickettsia- en Chlamydia-achtige bacteriën |
Rickettsia- en Chlamydia-achtige bacteriën |
Bacterieel |
Oesters, Mosselen, Kokkels |
|
Parasitaire copepoden in de darm |
Mytilicola intestinalis Mytilicola orientalis |
Copepode |
Oesters, Mosselen, Kokkels |
|
Parasitaire copepoden op kieuwen |
Meerder parasitaire copepoden in de genera Modiolicola, Ostrincola, Pseudomyicola, Lichomolgus, Conchyliurus, Myocheres, Paranthessius and Myicola |
Copepoden |
Oesters
|
|
Pyramidellide slakken |
Boonea spp. en Odostomia spp. |
Gastropoda |
Oesters, Kokkels |
|
Erwtekrabbetje |
Pinnotheres pisum |
Parasiet |
Oesters, Mosselen, Kokkels |
|
Parasitisme door gregarines |
Nematopsis spp., Porospora spp. |
Parasiet |
Oesters, Mosselen, Kokkels |
|
Haplosporidiosis van de platte oester |
Haplosporidium armoricanum |
Parasiet |
Platte oester |
|
Marteiliosis |
Marteilia refringens |
Parasiet |
Oesters
|
|
Bonamiasis
|
Bonamia ostreae |
Parasiet |
Platte oester |
|
Hexamitiasis |
Hexamita spp. |
Parasiet |
Oesters
|
|
Kieuw Trichodina |
Trichodina spp |
Parasiet |
Oesters, Kokkels |
|
Schelpborende polychaeten, Modder-blaar wormen |
Polydora spp |
Parasiet |
Oesters, Mosselen |
|
Kieuw-ciliaten |
Ancistrocoma-achtige ciliaten Sphenophrya-achtige ciliaten |
Parasiet |
Oesters, Mosselen, Kokkels |
|
Infecties door Digenea (Trematoden) |
Soorten uit de Digenea families Gymnophallidae, Echinostomatidae, Renicolidae en Bucephalidae |
Parasiet |
Mosselen, Kokkels |
|
Schelpziekte |
Ostracoblabe implexa |
Schimmel |
Oesters
|
|
Schelpborende of sponzen, clionide sponzen |
Cliona spp |
Sponzen |
Oesters | | |
: